Ik ben Jack Montana -deel 4

Gepubliceerd op 19 juni 2026 om 10:05

Thomas en Miller waren een giftige cocktail samen. Voor even ging het goed. Maar toen kwamen de bedreigingen.

Als zíj niet betaalden, kwamen ze het bij míj halen.

O, ik vervloek mijn broer.

De Orde kwam samen en ik voelde het voor het eerst: ik verloor mijn grip. Ik moest hulp vragen. Wat kon ik doen?

Vince militair, duistere zaakjes waar je niet naar moet vragen,luisterde aandachtig. Hij rolde zijn joint, rookte hem niet, maar stopte hem achter zijn oor. Nipte aan zijn glas en zei:

“Je hebt beveiliging nodig. Ik stuur je morgen een man. Geef hem een slaapplek in je huis. Al is het een kast, dan is het goed.”

Eerst vond ik het grappig. Maar later zag ik de ernst ervan in.

De volgende dag stond er al vroeg een man voor de deur. Hij was nog jong, en zijn uiterlijk is in de jaren niet veranderd, behalve dat hij ouder is geworden. Zwarte hoed. Lange jas. Alles zwart. De schaduw zelf.

Hij zei zijn naam niet. Hij hoefde dat niet. Zijn aanwezigheid vulde de deuropening alsof hij het huis al kende. Alsof hij wist waar hij zou slapen, waar hij zou staan, waar hij zou kijken.

Ik keek naar hem en dacht: dit is geen beveiliging. Dit is een waarschuwing in menselijke vorm.

Ik gaf hem onderdak. Hij was mijn schaduw. Waar ik was, was hij. Aan het einde van de dag dronken we samen een whisky. Hij zat altijd half in de schaduw. Ik besprak de dag, en wat er morgen zou komen.

En ik zag hoe hij Bri altijd in de gaten hield wanneer we thuis waren. Soms speelde ze even ganzenbord met hem. Dan deed hij zijn hoed af. Dan giechelde ze, omdat zijn haren alle kanten op stonden. Ze rende naar boven, haalde een borstel en zei: “Eerst je haren doen, dan ga ik van je winnen.”

Hij zei wel eens tegen mij: “Ook al is ze vier jaar, baas… ze is een heel scherp meisje. Ze voelt en ziet meer dan ze zegt.”

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.