Ik leidde de Orde voordat hun maskers hun ware vorm kregen. Voordat de weddenschappen groter werden dan de mannen zelf. Voordat macht een valuta werd die niemand meer kon betalen.
Mijn dood was geen ongeluk. En zeker geen misverstand.
Het was een doelbewuste beslissing.
Een zet op het bord, geboren uit haat en jaloezie. En mijn gezin betaalde de prijs.
Maar dood zijn betekent niet dat je weg bent.
Niet hier.
Niet bij hen.
Niet bij mij.
Ze dragen mijn naam nog steeds fluisterend.
Ze vullen het zevende glas.
En ze hopen dat ik niet kijk.
Maar ik kijk altijd.