
Blog- post, Het zevende glas.
Ik Jack vertelt
Tja… het zevende glas.
Wil je weten waar dat vandaan komt.
Wij hebben dat goedje leren drinken door Grant. Toen ik hem binnenhaalde in de club.
Ja, voor mijn weddenschap. Vince was me voor en ik moest me in alle bochten wringen om te winnen.
O ja, wat die weddenschap was?
Ik moest iemand vinden zonder ervaring die een nachtclub kon laten draaien én de inzet van ieder in één jaar kon verdubbelen.
Grant had onze aandacht getrokken toen hij ons deze whisky schonk in de kroeg waar hij werkte. Hij vertelde vluchtig over zijn casino droom.
George en ik wisten het meteen:
Hij is mijn weddenschap.
We hebben hem met een BBQ feestje met de Rijke Stinkers binnengehaald. Hij ging er vol voor en hij won hem glansrijk.
Een jaar later, op die bewuste avond dat we hem beëdigden als lid van de Rijke Stinkers Club, kreeg de goedlopende zaak zijn naam: Grant’s Nachtclub.
Als bonus kreeg hij extra geld voor zijn eigen imperium.
Die avond nam hij een fles whisky mee.
Sindsdien drinken we hem als troost, of wanneer er iets beklonken moet worden.
Het werd een vast ritueel.
Eén glas voor elke man. En het zevende… voor wat ze verloren.
Dat glas wordt altijd naast mij neergezet.
Maar ik kan hem niet meer drinken.
En dat spul… was goed. Dat kan ik je wel vertellen.
Toch, boven het doffe geluid van het feest, hoor ik voetstappen dichterbij komen.
Een zachte klik.
De deur gaat open.
Een smalle lichtbundel snijdt door de kamer.
Eerst dacht ik dat het gasten waren die weer veel te nieuwsgierig zijn.
Maar het is Mark.
Hij stapt naar binnen met een zaklamp in zijn hand, alsof hij iets heeft gehoord.
Zijn ogen glijden langs de muren, langs de schaduwen, langs mijn stoel, die voor hem leeg is.
“Alles oké?” roept hij de gang in. Zijn stem is laag, professioneel, maar er zit iets onder. Iets wat alleen ík hoor.
“Oké, baas,” klinkt het terug uit de gang.
Mark’s blik blijft hangen op het zevende glas.
Hij zet een stap dichterbij.
Kijkt naar het glas, dan naar mijn lege stoel.
“Mark… waar zit je mee,” zeg ik, “je kunt het echt bij mij kwijt.”
Maar hij hoort me niet.
Het is de sfeer die verandert.
“Jack,” fluistert hij,
“ik weet niet of je er echt bent. Maar ik heb een voorgevoel, dat het helemaal fout gaat dit weekend. Als je er echt bent… let op Grant.”
Hij zucht en verlaat de kamer.
Ik lach hard en het verbaast me dat hij dit niet hoort.
Mark, die nog nooit iets gezegd heeft sinds mijn dood. Spreekt nu. Geweldig.
Ik glimlach scheef. “Ik weet dat alles gaat verschuiven dit weekend.
En Mark… een van de besten. Hij voelt het dus ook.”
De deur valt zacht in het slot.
Ik kijk naar het zevende glas.
“Waar was ik gebleven…o ja…”
Doden zwijgen niet. Ze blijven waken.