Ik had een probleem. Teveel geld, teveel vrouwen, teveel whisky… en te weinig rem. Ik gokte niet om te winnen, ik gokte om iets te voelen.
En die nacht, in dat oude casino dat allang niet meer bestaat, ging ik weer te ver. Ik was daar met Vince. We zaten aan de bar. En toen gebeurde het.
Ik daagde Vince uit. Een weddenschap die nooit een weddenschap had mogen zijn. En iemand anders betaalde de prijs.
De weddenschap luidde:
“Kan jij iemand zover krijgen dat hij al zijn inzet aan de roulettetafel op rood zet? Lukt het je, dan betaal ik je twintigduizend. Lukt het niet, dan krijg ik die van jou.
Deal of niet?”
Nou, je begrijpt, dat vonden we nog leuk. We kantelden onze tumblers, whisky brandde in onze kelen, en de weddenschap was bezegeld.
Vince liep rond de tafel. Hij keek. Hij observeerde. Hij bewoog als een jager die zijn prooi al ruikt voordat hij hem ziet. En toen zag hij hem, de man die die nacht zijn leven zou kantelen.
Hij stapte op hem af. Een paar woorden.
Een knik.
Een handdruk.
Het lukte Vince.
De man zette alles op rood.
Vince zette op zwart.
Het wiel draaide. De kogel tikte. De lucht in het casino werd dun, alsof iedereen tegelijk inhield.
“13 zwart,” riep de croupier.
De man verstijfde. Zijn ogen leeg. Zijn handen trilden. Zichtbaar kwaad op zichzelf. Hij had een stoel nodig… en een borrel. Misschien wel twee.
En ik? Ik voelde voor het eerst in jaren iets wat ik niet kon wegdrinken: schuld.
Later, toen de rook was opgetrokken en de nacht me niet meer bedwelmde, ben ik gaan uitzoeken wie die man was. De man die alles op rood had gezet omdat ik een weddenschap wilde winnen.
Hij heette Jasper Miller.
En net als wij zat hij in duistere zaakjes. Hij deed aan vervalsingen, handtekeningen, documenten, identiteiten. Een man die levens kon maken of breken met een pen en een printer. Hij werkte aan een bedrijf dat DNA‑onderzoek deed. Maar dat kon hij niet meer financieren na die ene nacht. Hij was tonnen kwijt.
Ik had hem niet alleen zijn geld afgenomen.
Ik had hem zijn toekomst afgenomen.
Ik zocht hem op. Hij keek me aan alsof hij me wilde wurgen. Nadat ik hem alles had opgebiecht. Ja, die man had me echt willen wurgen.
Maar geld praat.
Jasper Miller nam de klus aan, en vanaf dat moment had ik hem. Of… dacht ik dat alleen maar.
Reactie plaatsen
Reacties